Seizoensgroenten en fruit: Winter

Het is niet alleen duurzaam om met het seizoen mee te eten, het biedt je ook nog eens variatie in de verschillende soorten groenten en fruit. Lees snel verder voor meer informatie.

Het duurzame aspect komt voort uit het feit dat de verschillende soorten groenten en fruit hun voorkeur hebben voor bepaalde seizoenen. Dat betekend dat het aanbod groenten en fruit per seizoen (soms zelfs per maand) behoorlijk kan verschillen. Als je dus met het seizoen mee eet, heb je grotere kans dat je groenten en fruit eet die binnen Nederland of binnen de EU geproduceerd zijn, en dus niet helemaal zijn ingevlogen vanuit de andere kant van de wereld.

Omdat het nogal varieert welke groenten en fruit in welke periode het best beschikbaar en duurzaamst zijn, scheelt dat niet alleen in je portemonnee, je kunt er ook je eetpatroon op aanpassen. Waar je in de zomer geniet van salades en lichte maaltijden, kun je in de winter helemaal los op heerlijke stoofpotten. Mocht je nou meer willen weten over gezonde voeding, kijk dan ook eens bij het Voedingscentrum.

De volgende groenten zijn het hele jaar een duurzame keuze vanwege teelt in Nederland: Knolselderij, Paddenstoelen, Prei, Rode Biet, Rode Kool, Uien, Veldsla, Winterwortel en Witte Kool. Ook appels zijn het hele jaar duurzaam te krijgen.

In het schema zie je ook een aantal “tropische” fruitsoorten staan, zoals bananen en ananas. Deze zijn ook het hele jaar te krijgen, maar worden niet in Nederland gekweekt. Kies hierbij of je gaat voor een goedkope variant of kies voor biologisch (voor de bananen scheelt dat maar heel weinig in prijs). Op de groente en fruitwijzer van Milieu Centraal kun je meer lezen over waarom deze wel het hele jaar te verkrijgen zijn en wat daar de voetafdruk van is.

Zie onderstaande schema voor groenten en fruit uit de wintermaanden:

Tip: Eet de regenboog voor een gevarieerd dieet. Verschillende “kleuren” groenten en fruit bevatten verschillende voedingswaarden qua vitaminen en mineralen.

Wat is duurzaamheid?

Bron: Van Dale woordenboek

In de blog van vandaag wilden we wat dieper ingaan op de kern van onze blog, namelijk wat is eigenlijk duurzaamheid en hoe maken we duurzame keuzes? Zoals je in onze “wie zijn wij” hebt kunnen lezen, gaan duurzame keuzes bij ons niet perse over het milieu en de natuur, al is dit altijd wel onderdeel van het keuzeproces. Wij wisselen verschillende overwegingen af. Soms is het een prijsverschil, of gaat het om afval en verpakkingen. Lees snel verder om een kijkje te krijgen in ons keuzeproces en hopelijk helpt het je zelf ook om slimme keuzes te maken.

De term “duurzaamheid”

Het woordenboek zegt over de term duurzaam dat dat gaat over een lang bestaan, of over iets dat aan weinig slijtage onderhevig is. Om het nog even in Jip en Janneke taal heel duidelijk te stellen, duurzaam gaat over iets waar we langer mee kunnen doen. Daarin zit nog niets over de natuur en het milieu en toch koppelt een groot deel van de mensen deze term aan het milieu. Op zich is dit niet zo heel gek. In de kern van ons bestaan zijn we als mensen afhankelijk van deze planeet om op te leven en is het in ons eigen belang om het bestaan ervan zo lang mogelijk in stand te houden. En toch zitten er vaak nog een heel aantal aspecten aan een duurzame keuze waarmee je de keuze zelf kunt beïnvloeden of veranderen. Om het uit te leggen wil ik gebruik maken van een aantal voorbeelden waar we zelf met enige regelmaat tegenaan lopen.

Voorbeelden

Stel je loopt in de supermarkt, je hebt netjes je boodschappenlijstje bij je en daarop staat een aubergine. Maar welke aubergine koop je? Het liefst zou ik minder verpakte groente kopen om minder plastic afval de wereld in te brengen en zelf minder vaak het afval te produceren. Maar de gewone aubergine zit in plastic verpakt. Goed, dan kijk ik naar de biologische. Die is misschien wel duurder, de overweging van mijn portemonnee, maar dan zie ik dat die ook in plastic is verpakt. Wat doe je dan nu? Ga je voor de portemonnee (en dus de niet-biologische) en neem je de verpakking voor lief? Ga je voor semi-duurzaam en neem je de biologische? Of vervang je de aubergine in je gerecht voor een andere groente die wel verpakkingsvrij en/of biologisch te verkrijgen is? Of nog een andere optie, zoek je naar een supermarkt waar het wel verpakkingsvrij te krijgen is?

Eenzelfde voorbeeld is kleding, ook daar wordt tegenwoordig veel over gepubliceerd en is volop aandacht voor. Kies je voor fast fashion, die veelvuldig geproduceerd wordt en daardoor makkelijk en goedkoop te krijgen is? Kies je voor betaalbare, tweedehands kleding zodat je niet (of minder) verantwoordelijk bent voor het de wereld in helpen van meer kleding? Of kies je voor duurzaam geproduceerde kleding, die misschien wel duurder is maar je met een zuiver geweten kunt inslaan en mogelijk langer meegaat? Ga je voor een hele andere keuze en stel je draagcomfort bovenop en kijk je dus naar (natuurlijke) stoffen? Of kies je ook hier voor een combinatie aan prioriteiten? Bedenk ook dat het oke is om eerst je huidige kleding op te dragen, ook dat is een duurzame keuze.

Maak de beste keuze binnen jouw eigen bereik

Zo gemakkelijk is het nog niet om een duurzame keuze te maken. We hebben niet altijd maar alles te kiezen. Zo zou ik echt graag biologische onverpakte aubergine bij de supermarkt zien. En niet alle keuzes vallen binnen je bereik. Misschien zijn de producten er wel, maar heb je er het geld niet voor. Moraal van het verhaal, voel je niet schuldig als je niet 100% altijd de duurzaamste optie voor het milieu kiest. Kijk voor jezelf wat de mogelijkheden zijn en doe daarbinnen je best om juist te kiezen. En onthoud dat alle beetjes helpen, ook al is dat niet direct merkbaar. Als we met z’n allen kleine beetjes (en misschien grotere beetjes) bijdragen, helpen we gezamenlijk het natuur en het milieu.

Labels in de supermarkt: Biologisch

Hoeveel verschillende labels tel jij?

Steeds meer producten in de supermarkt hebben een ‘biologisch’, fairtrade of ander logo op de verpakking. Maar wat betekenen deze logo’s van keurmerken en labels en waarom zijn sommige van deze producten duurder dan ‘normale’ producten? In deze eerst blogpost leggen we uit wat de twee meest voorkomende labels voor biologisch betekenen.

De grootste categorie die naast het reguliere aanbod in vrijwel alle supermarkten te vinden is, zijn de biologische producten. Maar als je goed oplet in de supermarkt, merk je al snel dat er wel erg veel verschillende labels bestaan die vermoedelijk iets over ‘biologisch’ of ’ecologisch’ zeggen. Deze website van EOS Wetenschap geeft een mooi overzicht van alle labels die je tegen kan komen tijdens je dagelijkse boodschappen. Voor de sectie ‘voeding’ hebben ze alleen al 40(!) labels geïdentificeerd. Wij zijn er inmiddels al een paar in de supermarkt tegengekomen die niet op de site staan… Sommige labels kun je op praktisch alle producten tegenkomen, andere alleen op zuivel of andere categorieën. Maar het is natuurlijk ondoenlijk om van elk label te weten waar ze voor staan en of je, als je een product hebt gekozen met een specifiek label, met je keuze dan ook echt iets bijdraagt aan het milieu.

De meest bekende labels zijn waarschijnlijk deze:

Het eerste logo is het EU biologisch label. Dit label is verplicht op alle biologische voedingsproducten. De producten moeten voor de volle 100 procent biologisch zijn, tenzij het om verwerkte producten gaat: dan moet minimaal 95 procent van de ingrediënten afkomstig zijn uit de biologische landbouw. Dit houdt in dat er geen kunstmatige meststoffen en chemische pesticiden gebruikt worden. Ondanks dat een aantal additieven wel gebruikt mogen worden is dit EU Biolabel dus een inhoudelijk duidelijk label. De controles worden minstens jaarlijks uitgevoerd door onafhankelijke keuringsorganisaties over de hele keten, dus boer, verwerker, handelaar, importeur en exporteur en bijvoorbeeld uitgevoerd door Skal.

Het tweede logo is van het EKO-keurmerk. Dit label heeft veel overlap met het EU Biolabel, daar waar deze stopt bij het milieuvriendelijk werken en dierenwelzijn gaat het EKO keurmerk verder volgens de IFOAM-principes. Het geeft aandacht aan duurzaamheid op gebied van energieverbruik, eerlijk zaken doen en de manier van verpakken. Om een EKO keurmerk te dragen moet het product dus minstens gecertificeerd zijn volgens het EU Biolabel, moet het een eigen bedrijfsverhaal hebben dat terug te vinden is op de EKO website waarin extra (niet verplichte) maatregelen worden benoemd tbv duurzaamheid volgens de IFOAM principes en met de plannen tot verdere verbetering voor de komende drie jaar. Jaarlijks wordt de realisatie van deze ambities getoetst, door wie is ons niet duidelijk.

Het EKO keurmerk is dus een veel breder keurmerk dan het EU Biolabel, waarbij zaken als energie en de verpakking ook mee worden genomen in de keuring. Een product kan wel enkel het EU Biolabel bevatten, maar niet alleen het EKO keurmerk – deze wordt altijd vergezeld door het EU Biolabel. Je kunt het EKO keurmerk zien als een teken dat het product extra duurzaam is.

Waarom biologische producten duurder zijn dan ‘gewone’ producten is eigenlijk vrij voor de hand liggend. Het kost meer tijd en energie om dezelfde hoeveelheid aan producten klaar voor de verkoop te krijgen als men de regels van de biologische keurmerken moet volgen. Biologische producten krijgen de tijd om langzaam te groeien, bijkomend voordeel: deze producten krijgen dus ook de tijd om smaak te ontwikkelen.

Daarnaast zijn deze producten allemaal wat gevoeliger voor misoogsten of ziekten omdat er geen of minder chemische bestrijdingsmiddelen en onnatuurlijke oplossingen mogen worden gebruikt om de oogst toch te redden. Bij dieren is het zaak dat de boer er zo min mogelijk kunstmatige antibiotica en andere medicijnen in steekt om zijn dieren gezond te houden. Daarnaast krijgen ze onder andere ook meer ruimte waardoor de boer meer ruimte nodig heeft voor dezelfde hoeveelheid dieren als een ‘normale’ boer die dus allemaal langer mogen leven of hij produceert minder vlees.