Duurzaam Dagje uit

In de blog van vandaag nemen we jullie graag mee naar buiten, op een duurzaam dagje uit. Een dagje uit hoeft namelijk helemaal niet duur te zijn of veel energie te kosten. Vaak hoef je er ook niet heel ver voor te reizen. Hieronder vindt je een aantal laagdrempelige manieren voor een leuk dagje uit die hopelijk tot inspiratie leiden.

1. (NS) wandelingen

Niet alleen biedt de NS een duurzamere manier van reizen dan de auto, de NS heeft ook leuke wandelroutes in uitgezet die van station naar station leiden. Zo kom je dus altijd weer thuis, kijk voor meer informatie hier: NS wandeling.  De wandelingen zijn wisselend van lengte en gaan, afhankelijk van waar je bent, ook door leuke dorpen of steden. Zo kun je op een leuke manier eens buiten je normale omgeving gaan of kijk je misschien op een hele andere manier naar de omgeving waar je woont. De routes staan goed aangeven met duidelijke paaltjes en borden en in de beschrijving staan ook nog leuke tips voor bezienswaardigheden en fijne koffie/thee adresjes.

Wil je je niet laten beperken door de trein, kijk dan hier voor allerlei leuke wandelingen. Er wordt per wandeling een korte uitleg gegeven van wat je kunt verwachten en praktische informatie omtrent bezienswaardigheden, horeca en de bereikbaarheid.

2. TOP routenetwerk

In Zuid-Holland, Utrecht en Brabant vind je de zogenoemde Toeristische Overstap Punten: de TOProutenetwerk. Dit is een netwerk van knooppunten waardoor leuke wandel en fietsroutes ontstaan. Bij de startpunten zijn handige parkeerplaatsen waar je de auto of fiets kunt achterlaten om vervolgens lekker rustig de natuur in te gaan. Veel van de kaarten zijn gratis te downloaden en er zijn ook enkele vaarroutes beschikbaar. De routes en knooppunten staan duidelijk aangegeven en op de site vind je ook een handige tool om zelf je wandeltocht in elkaar te knopen, zo kies je ook zelf hoe lang je de tocht maakt.

3. Fietstocht

Als je liever fietst en dat ook buiten Zuid-Holland, Utrecht of Noord-Brabant wil doen kun je via deze routeplanner heel handig een mooie fietstocht in elkaar zetten. Om je routes hier in elkaar te zetten maar je gebruik van netwerk van knooppunten die in het hele land te vinden zijn en goed zijn aangegeven door middel van bordjes en paaltjes. Ook hier kun je gemakkelijk zien hoe lang je route is en is de kaart gemakkelijk en gratis te downloaden.

4. Pluktuin

Pluk je eigen bloemen of thee. Mocht je het niet erg vinden om een paar euro te besteden aan een leuk uitje en wil je er iets leuks aan overhouden, dan is het een idee om naar een bloemen- of thee pluktuin te gaan. Hier kun je voor een klein bedrag zelf een boeketje of je eigen thee plukken. De thee kun je soms al meteen proeven in een bijbehorend theehuis waar ze vaak ook een lekker (en veelal zelfgemaakt) gebakje of zoetigheid aanbieden. Vooral als je geen tuin hebt is dit een leuke manier om je weer even tussen de bloemen te mengen. Kijk hier voor de acht leukste bloemen/fruit/thee pluktuinen van Nederland.

5. Musea (gratis)

Wij voelen ons soms wel schuldig als we het na een uurtje wel gezien hebben in een museum. Zeker als we daar goed geld voor hebben betaald. Mocht je dat herkennen en toch even een culturele frissen neus willen halen kijk dan eens op dagjeweg voor een overzicht van alle gratis musea. Kijk voor de zekerheid nog wel even op de website van het museum zelf, niet alles is altijd gratis, sommige zijn tijdelijk gratis vanwege verbouwingen en die duren helaas niet eeuwig.

6. Nationale dagen

Je kunt het bijna zo gek niet bedenken, maar aan veel bezienswaardigheden of activiteiten is wel een dag of weekend gewijd en kun je, op dat moment, veel van deze plaatsen gratis bezoeken of activiteiten proberen. Denk bijvoorbeeld aan de open monumentendagen, bezoek de kas-dag, nationale molendag, nationale straatspeeldag, de nationale sportweek en de nationale dansweek. Kijk hier voor alle speciale dagen.

Labels in de supermarkt: Biologisch

Hoeveel verschillende labels tel jij?

Steeds meer producten in de supermarkt hebben een ‘biologisch’, fairtrade of ander logo op de verpakking. Maar wat betekenen deze logo’s van keurmerken en labels en waarom zijn sommige van deze producten duurder dan ‘normale’ producten? In deze eerst blogpost leggen we uit wat de twee meest voorkomende labels voor biologisch betekenen.

De grootste categorie die naast het reguliere aanbod in vrijwel alle supermarkten te vinden is, zijn de biologische producten. Maar als je goed oplet in de supermarkt, merk je al snel dat er wel erg veel verschillende labels bestaan die vermoedelijk iets over ‘biologisch’ of ’ecologisch’ zeggen. Deze website van EOS Wetenschap geeft een mooi overzicht van alle labels die je tegen kan komen tijdens je dagelijkse boodschappen. Voor de sectie ‘voeding’ hebben ze alleen al 40(!) labels geïdentificeerd. Wij zijn er inmiddels al een paar in de supermarkt tegengekomen die niet op de site staan… Sommige labels kun je op praktisch alle producten tegenkomen, andere alleen op zuivel of andere categorieën. Maar het is natuurlijk ondoenlijk om van elk label te weten waar ze voor staan en of je, als je een product hebt gekozen met een specifiek label, met je keuze dan ook echt iets bijdraagt aan het milieu.

De meest bekende labels zijn waarschijnlijk deze:

Het eerste logo is het EU biologisch label. Dit label is verplicht op alle biologische voedingsproducten. De producten moeten voor de volle 100 procent biologisch zijn, tenzij het om verwerkte producten gaat: dan moet minimaal 95 procent van de ingrediënten afkomstig zijn uit de biologische landbouw. Dit houdt in dat er geen kunstmatige meststoffen en chemische pesticiden gebruikt worden. Ondanks dat een aantal additieven wel gebruikt mogen worden is dit EU Biolabel dus een inhoudelijk duidelijk label. De controles worden minstens jaarlijks uitgevoerd door onafhankelijke keuringsorganisaties over de hele keten, dus boer, verwerker, handelaar, importeur en exporteur en bijvoorbeeld uitgevoerd door Skal.

Het tweede logo is van het EKO-keurmerk. Dit label heeft veel overlap met het EU Biolabel, daar waar deze stopt bij het milieuvriendelijk werken en dierenwelzijn gaat het EKO keurmerk verder volgens de IFOAM-principes. Het geeft aandacht aan duurzaamheid op gebied van energieverbruik, eerlijk zaken doen en de manier van verpakken. Om een EKO keurmerk te dragen moet het product dus minstens gecertificeerd zijn volgens het EU Biolabel, moet het een eigen bedrijfsverhaal hebben dat terug te vinden is op de EKO website waarin extra (niet verplichte) maatregelen worden benoemd tbv duurzaamheid volgens de IFOAM principes en met de plannen tot verdere verbetering voor de komende drie jaar. Jaarlijks wordt de realisatie van deze ambities getoetst, door wie is ons niet duidelijk.

Het EKO keurmerk is dus een veel breder keurmerk dan het EU Biolabel, waarbij zaken als energie en de verpakking ook mee worden genomen in de keuring. Een product kan wel enkel het EU Biolabel bevatten, maar niet alleen het EKO keurmerk – deze wordt altijd vergezeld door het EU Biolabel. Je kunt het EKO keurmerk zien als een teken dat het product extra duurzaam is.

Waarom biologische producten duurder zijn dan ‘gewone’ producten is eigenlijk vrij voor de hand liggend. Het kost meer tijd en energie om dezelfde hoeveelheid aan producten klaar voor de verkoop te krijgen als men de regels van de biologische keurmerken moet volgen. Biologische producten krijgen de tijd om langzaam te groeien, bijkomend voordeel: deze producten krijgen dus ook de tijd om smaak te ontwikkelen.

Daarnaast zijn deze producten allemaal wat gevoeliger voor misoogsten of ziekten omdat er geen of minder chemische bestrijdingsmiddelen en onnatuurlijke oplossingen mogen worden gebruikt om de oogst toch te redden. Bij dieren is het zaak dat de boer er zo min mogelijk kunstmatige antibiotica en andere medicijnen in steekt om zijn dieren gezond te houden. Daarnaast krijgen ze onder andere ook meer ruimte waardoor de boer meer ruimte nodig heeft voor dezelfde hoeveelheid dieren als een ‘normale’ boer die dus allemaal langer mogen leven of hij produceert minder vlees.